Waarom zijn de voedselprijzen nu zo hoog?

De hoge wereldvoedselprijzen worden veroorzaakt door verschillende factoren. Eén van deze factoren is dat er jarenlang veel te weinig is geïnvesteerd in de landbouw, zeker in Afrika. Boeren konden hierdoor niet goed reageren op de grotere vraag naar voedsel. Wageningen Universiteit publiceerde in juni 2008 een rapport over de hoge wereldvoedselprijzen en benoemde daarin de volgende oorzaken:

Oorzaken aanbodzijde

  • Slechte oogsten in Australië, Oekraïne en Europa van tarwe en gerst als gevolg van extreme weeromstandigheden
  • Toenemende kosten voor onder andere kunstmest, verwerking en transport door hoge energieprijzen
  • Beperkter aanbod door verplichte braakligging of productiequota
  • Lage voedselprijzen in de afgelopen decennia, met als gevolg beperkte investeringen in technologieën om de productiviteit te verbeteren

Oorzaken vraagzijde

  • Toenemende vraag in Aziatische landen
  • Veranderende eetpatronen in opkomende economieën. Hier wordt steeds meer vlees en melkproducten gegeten. Aangezien het 8,5 kilogram graan kost om één kilogram rundvlees te produceren, wordt de vraag groter
  • Stijgende vraag naar biobrandstoffen (vijf procent van de wereldwijde oliezaadproductie wordt verwerkt tot biodiesel of direct gebruikt voor transport. 4,5 procent van de wereldwijde graanproductie wordt gebruikt om ethanol te produceren)

Oplossingen

Op een grote conferentie van de FAO (de Voedsel en Landbouw organisatie van de VN) afgelopen juni, werd geconcludeerd dat het verbeteren van de landbouwsector in ontwikkelingslanden zeer belangrijk is. Investeringen in de landbouw in ontwikkelingslanden, vooral in Afrika, kunnen de productie van voedsel verhogen. Daardoor kunnen verdere prijsstijgingen van voedsel voorkomen worden. Boeren moeten meer kansen krijgen om hun productie te verhogen en een goede prijs te krijgen voor hun producten. Kleine boeren, waaronder veel vrouwen, verdienen daarbij bijzondere aandacht. Iedereen moet hieraan zijn steentje bijdragen: boeren en boerinnen, multinationals, regeringen (van Westerse en ontwikkelingslanden) en internationale instellingen. Denk hierbij aan:

  • Onderzoek en lokaal toepasbare innovaties. Dit stelt boeren in staat om hun productie te verhogen
  • Het scheppen van goede basisvoorwaarden door overheden van ontwikkelingslanden: een goede infrastructuur (transport, waterbeheer, ICT, etc.), kennisontwikkeling, onderwijs, voorlichting, onderzoek en stimulerende wet- en regelgeving bijvoorbeeld rondom eigendom-/pachtwetgeving, etc
  • De regeringen van zowel Westerse als ontwikkelingslanden moeten handelsafspraken maken waarbij handelsbarrières zoveel mogelijk verdwijnen. Open markten dragen bij aan een juiste reactie op de hogere prijzen, namelijk een toename van het voedselaanbod
  • Internationale bedrijven hebben een verantwoordelijkheid als het gaat om het verduurzamen van internationale agri-ketens en het toegankelijk maken hiervan voor kleine boeren

De ministeries van OS en LNV hebben besloten vijftig miljoen euro extra te investeren in duurzame landbouw en voedselzekerheid. Meer informatie hierover kun je vinden in de gezamenlijke notitie van de ministeries van LNV en OS.

Belang van vrouwen

Meer dan tweederde van de arme mensen in de wereld leven in plattelandsgebieden. Vrouwen zijn daarbij in de meerderheid omdat veel mannen in de steden wonen. De rol van vrouwen binnen de landbouw is heel belangrijk. Zij voeren veel van de dagelijkse landbouwtaken uit, zorgen voor inkomsten en dragen zorg voor de natuurlijke hulpbronnen. Ook het merendeel van de arbeidskrachten in de voedselverwerkingsindustrie is vrouw.

Vrouwen zijn:

  • Verantwoordelijk voor vijftig procent van de wereldvoedselproductie
  • De voornaamste producenten van de basisgewassen rijst, mais en tarwe, die zorgen voor zestig tot tachtig procent van de voedselinname in ontwikkelingslanden
  • Vaak verantwoordelijk voor het kopen en bereiden van voedsel in het gezin