Verslag Wereldvoedseldag 2008: Voedsel tot elke prijs?
Het publieksevenement vond plaats in Utrecht op 16 oktober 2008 en werd bezocht door 170 geïnteresseerde burgers. Diverse sprekers waaronder minister Gerda Verburg, een Afrikaanse boerin en een Afrikaanse journaliste lichtten het onderwerp toe. Dagvoorzitter Bas Westerweel, een jongerenpanel en het publiek hielden de sprekers scherp met hun vragen en meningen.
Sprekers presentatie wereldvoedseldag
Download alle presentaties van wereldvoedseldag 2008
Verslag per spreker
Klik op een spreker om het verslag te lezen.
| Minister Gerda Verburg | Ruerd Ruben | Erik Nijland |
| Albert Jan Maat | Nomsa Ngwenya | Marian Stuiver |
| Lia van Wesenbeeck | Selina Mudavanhu | Eelco Fortuijn |
| Wereldmaaltijd | Forumdebat |
Minister Gerda Verburgbekijk CV
“Het zijn turbulente tijden, financieel maar zeker ook op het gebied van voedsel en voedselvoorziening”, aldus minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De prijzen van voedsel stijgen tot ongekende hoogte. Verburg: “Mijn ambitie blijft: de honger moet de wereld uit.” Duurzame vormen van landbouw moeten een centrale rol krijgen in het stimuleren van welvaart en stabiliteit waar ook ter wereld. Er moet er een 'nieuwe groene revolutie' op gang worden gebracht die leidt tot productieverhoging in gebieden die dit het hardst nodig hebben. Nederland kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren door de innovatiekracht van onze agro-sector, en kennis en expertise op het gebied van de landbouw en rurale ontwikkeling. De combinatie van onderwijs, voorlichting en onderzoek (het ‘OVO-drieluik’) heeft in Nederland zijn nut bewezen en kan in veel ontwikkelingslanden op een goede manier ingezet worden.
Verburg: “De investeringen in de landbouw in ontwikkelingslanden moeten omhoog.” Op basis van de gezamenlijke nota van de ministers Koenders en Verburg zet de Nederlandse overheid daarom de komende jaren vijftig miljoen euro per jaar extra hiervoor in, boven op de reguliere 350 miljoen euro, met speciale aandacht voor Afrika. Met dat geld steunt zij ontwikkelingslanden onder andere bij de verbetering en verduurzaming van hun voedselproductie. Afrikaanse regeringen zullen echter zelf ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen en een eigen landbouw- en plattelandsbeleid gaan voeren.
Maar er gebeurt meer. Zo is Verburg volgend jaar voorzitter van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties. Daarbij gaat het vooral over hoe we met concrete maatregelen de voedselprijzencrisis het hoofd kunnen bieden en de landbouw duurzaam kunnen versterken. De problematiek rondom water, vooral ook water voor voedsel en ecosystemen, verdient daarbij speciale aandacht.
Ook draagt de EU substantieel bij aan de liberalisering van de wereldhandel in landbouwproducten en aan het afbouwen van handelsverstorende subsidies. Sinds 2001 stelt de Everything But Arms-overeenkomst de vijftig minst ontwikkelde landen ter wereld in staat om hun producten tariefvrij naar de EU te exporteren. De EU koopt nu jaarlijks voor zeven miljard aan landbouwproducten uit Afrika en is daarmee de grootste netto importeur van landbouwproducten uit dat continent.
Verburg onderstreept dat er geen eenvoudige oplossingen bestaan, maar vertrouwt erop dat verbetering van de landbouw een positief effect heeft op de algehele ontwikkeling van de bevolking in ontwikkelingslanden: “want door op een duurzame manier te blijven investeren in landbouw krijgen miljoenen mensen middelen van bestaan, vrijheid en kans op onderwijs en ontwikkeling.”
Albert Jan Maatbekijk CV
“Om de honger te lijf te gaan is het een absolute voorwaarde dat voedselproducenten een goede boterham kunnen verdienen. Betere opbrengst- en voedselprijzen leiden tot minder honger en armoede”, zegt Albert Jan Maat (voorzitter van LTO Nederland). De periode van hogere voedselprijzen wil Maat niet aanmerken als ‘voedselcrisis’. Naar zijn mening is het zinniger om de lange periode van te lage voedselprijzen als zodanig te kwalificeren. Volgens Maat moet een groter deel van wat de consument voor zijn producten betaalt naar de primaire producent en is een grotere transparantie in de opbouw van de consumentenprijs in beider belang. Ook mag er meer support komen voor voedselproducenten vanuit het nationale en Europese mededingingsbeleid. Het is volgens Maat alleen gericht op de consument en “alles behalve een steun in de rug voor voedselproducenten.”
LTO Nederland en de Nederlandse landbouwsector investeren veel in de relatie met collega’s wereldwijd, onder andere via Agriterra en IFAP. “Dat doen we vanuit idealisme en welbegrepen eigenbelang”, zegt Maat. Veel Afrikaanse, maar ook Zuid-Amerikaanse, boeren werken in een land waar het begrip betrouwbare overheid ver te zoeken is en markten slecht functioneren. Voor hen is het van essentieel belang dat ze de krachten bundelen. Daarmee worden ze maatschappelijk weerbaarder en zijn ze als producent niet langer speelbal van handelaren en bedrijven. Maat pleit voor gezamenlijke inkoop van bijvoorbeeld zaden, pootgoed, gereedschap en kunstmest en voor krachtenbundeling in de afzet. Maat vindt het onterecht dat de internationale gemeenschap vijf jaar geleden boeren stimuleerde om te investeren in biobrandstoffen en dat ze nu worden afgeschilderd als veroorzakers van het voedseltekort.
Maat: “We staan voor een geweldige uitdaging: om de honger in de wereld niet te laten toenemen is een verdubbeling van de wereldvoedselproductie in 2050 absoluut noodzakelijk.” Er zijn geen grote gebieden die nog kunnen worden ontgonnen en water en grondstoffen (energie, kunstmest) worden schaarser. Volgens Maat is er een wereldwijde strategie nodig om deze uitdaging aan te gaan. Met alleen marktwerking zal het doel niet worden gehaald, al kan dit wel een goed hulpmiddel zijn.
Discussie met de zaal
Europarlementariër Thijs Berman benadrukt dat het voor ontwikkelingssamenwerking van essentieel belang is om te investeren in landbouw. Daarom zet Berman zich op Europees niveau in voor een investering van een miljard euro overgebleven geld op de EU begroting (wegens minder uitkeren van landbouwsubsidie) in productieverhoging van de landbouw. Het jongerenpanel vraagt minister Verburg hoe Afrikaanse regeringen verantwoordelijkheid voor de verbetering van voedselproductie kunnen nemen. Volgens Verburg is dat voornamelijk door het maken van een goed landbouwbeleid.
Lia van Wesenbeeckbekijk CV
De stijgende voedselprijzen zijn het gevolg van de toenemende vraag naar agrarische grondstoffen. Deze wordt, volgens Lia van Wesenbeeck (econoom bij Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de Vrije Universiteit), veroorzaakt door de toenemende vraag naar vlees in Aziatische landen. De stedelijke middenklasse zijn de nieuwe vleesconsumenten. Dit leidt tot een toenemende import van veevoer in Azië: “In Azië is namelijk vooral vraag naar kippen- en varkensvlees. En kippen en varkens eten, anders dan herkauwers, geen gras.” Bovendien is er slechts beperkte mogelijkheid om op traditionele manieren de vleesproductie te doen stijgen: waar vijf varkens rond het huis kunnen scharrelen, kunnen er geen vijftig worden gemest met huishoudafval. Andere oorzaken zijn de vraag naar biobrandstoffen en de wereldwijde bevolkingsgroei. Aan de aanbodkant zijn er ook een aantal ontwikkelingen te noemen: de slechte oogsten in Australië in 2006/2007 (van belang omdat Australië op het Zuidelijk Halfrond ligt), de braaklegging in VS en EU en exportbeperkingen die landen instelden toen duidelijk werd dat de voedselprijzen gingen stijgen. Naast landbouw zijn hier van belang de gestegen energieprijzen, de zwakke dollar en de kredietcrisis.
De grootste verliezers van de hoge voedselprijzen zijn de armen in de steden, zij krijgen minder maaltijden per dag en een slechter dieet. Toch zijn stedelingen nog tot op zekere hoogte georganiseerd, zij trekken de straat op om te demonstreren tegen de hoge voedselprijzen. Veel plattelandbewoners hebben hier de tijd of de energie niet voor, ze zijn te druk met overleven. “Het is daarom belangrijk dat zij niet vergeten worden”, stelt Van Wesenbeeck. Producenten in ontwikkelingslanden zien weinig van stijgende prijzen, voornamelijk door hoge transportkosten, handelsbelemmeringen en tussenhandelaren. In ontwikkelde landen hebben boeren overigens ook niet altijd direct geprofiteerd, getuige de recordwinsten van graanhandelaren zoals Monsanto, Archer Daniels Midland en Cargill.
Van Wesenbeeck constateert dat de voedselcrisis in Afrika niet eenvoudig kan worden opgelost door ‘doorsnee’ kunstmest te gebruiken, omdat de bodem in Afrika ruimtelijk zeer divers is. Veel meer dan in Azië, waar door sedimentafzettingen en vulkanische activiteit de bodem veel meer “gemengd” is. Productieverhoging vereist dus, volgens Van Wesenbeeck, een zeer locatiespecifieke verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Verder kijkend naar de toekomst ziet Van Wesenbeeck tot 2020 de stijgende vraag naar veevoer onverminderd doorzetten. Het vermogen van de planeet om naast voedsel en veevoer ook biobrandstoffen te leveren is beperkt. Van Wesenbeeck: “Besluitvorming in de EU en de VS over biobrandstof zal bepalend blijken voor de toekomst van de voedselprijzen.”
Ruerd Rubenbekijk CV
“Zowel hoge als lage voedselprijzen zijn een probleem voor kleine boeren”, stelt Ruerd Ruben (hoogleraar ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen). Het belangrijkste probleem voor een kleine boer is onzekerheid. Dit wordt beïnvloed door drie factoren: klimaat(verandering), instituten als overheid en bankwezen en de markt (voor welke prijs kan ik mijn product verkopen?).
Het is niet eenvoudig om de positie van de boer te versterken. Maar één ding staat hier altijd centraal: de toegang tot krediet. “Landbouw is de meest kredietintensieve sector”, aldus Ruben. Dit komt doordat de tijd tussen zaaien en oogst altijd overbrugd moet worden en hiervoor is krediet nodig. In Afrika worden de laatste jaren nauwelijks investeringen gedaan in infrastructuur. Hier zou een flinke slag gemaakt kunnen worden. Vrijwel alle bevolkingscentra liggen in de buurt van de kust. Daardoor is het in de huidige situatie voor verschillende Afrikaanse landen goedkoper om landbouwproducten te importeren dan het uit het eigen achterland te halen.
Oplossingen voor een betere toekomst voor kleine boeren kunnen zijn: een oogstverzekering, prijsafspraken en communicatiemogelijkheden. Ruben: “Een mobiele telefoon bijvoorbeeld is een heel praktisch hulpmiddel, hiermee kan een boer te weten komen wat een gangbare prijs is voor zijn producten.” Momenteel is er een nieuwe golf van organisatie onder Afrikaanse boeren zichtbaar. Boerencoöperaties krijgen een steeds sterkere economische functie: ze voeren onderhandelingen met bedrijven en zetten druk op de overheid. Ruben: “Samenwerking is essentieel voor de toekomst van de kleine boer. Vrijhandel met individuele boeren in Afrika is gedoemd te mislukken.”
Nomsa Ngwenyabekijk CV
Volgens Nomsa Ngwenya (biologische boerin en landbouwvoorlichtster uit Zuid-Afrika) zijn de voedselprijzen de laatste drie jaar meer dan verdubbeld, terwijl de salarissen van veel Afrikanen hetzelfde gebleven zijn. Door de hoge olieprijs hebben boeren niet kunnen profiteren van een hogere voedselprijs. Prijzen van brandstof en gewasbeschermingsmiddelen zijn omhoog geschoten met respectievelijk zeventig en honderd procent. Zaadprijzen zijn gemiddeld omhoog gegaan met dertig procent. “Boeren volgen verschillende strategien om deze sterk gestegen prijzen het hoofd te bieden. Zij verkleinen hun bedrijf, vormen coöperaties of stappen over naar bijvoorbeeld het houden van kippen”, aldus Ngwenya. “Ook zijn er boeren die nu kiezen voor duurzame voedselproductiemethoden om zich daarmee meer te richten op nichemarkten als fair trade of biologisch.”
Selina Mudavanhubekijk CV
Ondanks wereldwijde daling van de voedselprijzen de laatste maanden, zijn de prijzen in Zuid-Afrika, volgens Selina Mudavanhu (journalist Southern African Media and Gender Institute) nog steeds hoog. Voedselproducenten en retailers hebben veel prijzen verhoogd. Zo is bijvoorbeeld de prijs van verse melk met 31 procent omhoog gegaan. Deze situatie verandert veel in de levens van de Zuid-Afrikaanse consument: “mensen eten minder en ook goedkopere en minder gezonde substituten voor de producten die ze gewend zijn.” Mensen moeten meer gaan werken om het hoofd boven water te houden, wat ernstige gevolgen heeft voor het sociale en het gezinsleven. Ook neemt de afhankelijkheid van bijvoorbeeld kerken en voedingsprogramma’s toe.
Als de prijzen zo hoog blijven, vreest Mudavanhu dat er in de toekomst steeds meer mensen voedselhulp nodig zullen hebben. Verder verwacht ze dat de criminaliteit en kwetsbaarheid van vrouwen en kinderen voor mensenhandel toenemen en er meer gezondheidsproblemen en demonstraties zullen voorkomen.
Discussie met de zaal
Tijdens de discussie komen dumpingpraktijken van voedingsproducten in ondermeer Afrika aan de orde. Minister Verburg reageert dat de Afrikaanse lidstaten hierin zelf een grote rol hebben. Zij staan het voedsel tegen dumpprijzen soms toe op hun markten zodat de mensen in de steden gevoed kunnen worden. Uit de zaal komt de vraag in hoeverre er geïnvesteerd wordt in lagere dan wel middelbare agrarische opleidingen om te voorkomen dat kleine boeren naar de stad trekken. Minister Verburg reageert dat Nederland meewerkt aan onderwijs in Afghanistan, maar dat dan wel de overheid zelf verantwoordelijk blijft. Vervolgens benadrukt Lia van Wesenbeeck dat het niet in het belang is van kleine boeren en hun families om hen te willen weerhouden naar de stad te trekken: “het laatste dat je wilt zijn, is een zelfvoorzienende boer op het platteland, hier is de armoede veelal het hevigste.” Gine Zwart van Oxfam Novib presenteert het rapport ‘Double-edged prices’. In het rapport roept Oxfam regeringen, donoren en organisaties op de voedselcrisis op drie manieren aan te pakken: investeer in en hervorm de landbouw, ontwikkel een eerlijker handelsbeleid gericht op voedselzekerheid, en steun de armste mensen om de gevolgen van de voedselcrisis op te vangen.
Erik Nijlandbekijk CV
“Laat ik u eerst maar even uit de droom helpen: het is natuurlijk een illusie te veronderstellen dat ontwikkelingssamenwerking het wereldvoedselvraagstuk kan oplossen”, zegt Erik Nijland (Hoofd Bureau Duurzame Economische Ontwikkeling bij Hivos). Ontwikkelingssamenwerking kan echter wel een bijdrage leveren aan oplossingen door te werken aan het verbeteren van de positie van de kleinschalige producenten. Door te zorgen dat boeren en boerinnen betere toegang krijgen tot krediet, zaaigoed, land, water, kennis en markten. Hivos ondersteunt al ruim veertig jaar lokale organisaties uit het Zuiden op verschillende terreinen. Nijland: “We hopen dat we mensen in staat kunnen stellen de goede keuzes te maken.”
Wat kan de Nederlandse burger zoal doen om een verschil te maken? Een mogelijkheid is, volgens Nijland, een Noord-Zuid spaarrekening openen bij de Triodos bank. Met dat spaargeld worden vervolgens microfinancieringsinstellingen ondersteund die bijvoorbeeld handelskredieten geven aan boerencoöperaties. Daarnaast heeft de Nederlandse ontwikkelingssector een speciaal loket (www.linkis.n) gecreëerd voor initiatieven van Nederlandse burgers die op hun eigen manier een bijdrage willen leveren aan ontwikkelingssamenwerking. Ten derde maken nieuwe media de wereld kleiner: “een paar muisklikken brengen je in contact met mensen uit het Zuiden.” Voorbeelden van websites waar burgers andere burgers helpen zijn www.nabuur.com en Myc4 (www.myC4.com). Als geïnteresseerde burger kun je microkredieten verstrekken vanachter je PC. Nijland: “Mijn boodschap is simpel en realistisch: laten we niet denken dat we met ons enthousiasme het wereldvoedselvraagstuk meteen kunnen oplossen, maar je kunt wel degelijk een wereld van verschil maken!”
Marian Stuiverbekijk CV
Om voedselzekerheid te bieden aan alle mensen op de wereld zijn de juiste politieke beslissingen nodig. “Maatschappelijke betrokkenheid van burgers is dan ook essentieel voor goede besluiten in Den Haag, de provincie en ook in uw gemeente”, aldus Stuiver (Nederlandse Vrouwen Raad). Volgens Stuiver zijn vrouwen de motor voor maatschappelijke veranderingen: “vrouwen zijn eerder bereid te investeren in nieuwe organisaties met een visie voor verandering.”
Door je stem te laten horen kun je invloed uitoefenen op beslissingen. Dit kun je, volgens Stuiver, doen in de verenigingen en organisaties waar je onderdeel van bent. Denk hierbij aan kerken, bedrijven, moskeeën, vakbonden en je politieke partij. “Wat doen deze organisaties aan duurzaamheid? Wat is hun visie op het wereldvoedselvraagstuk?” Laat je stem horen, stel vragen en maak duidelijk dat het een urgent probleem is.
In 2010 dienen gemeenten en provincies voor 75% duurzaam in te kopen. De nationale overheid moet dit dan zelfs voor de volle honderd procent doen. Dit kun je, volgens Stuiver, ook vertalen naar voedselinkoopbeleid van de sportvereniging waar je lid van bent, het bedrijf waar je werkt en de school waar je kinderen op zitten. En is jouw gemeente al een ‘Milennium gemeente’?Ook kun je schrijven naar kranten en bladen en actief worden op internet. Want, hoe meer in de media, hoe beter, politici lezen immers ook de kranten. Stuiver: “Als je je stem laat horen voor een rechtvaardige wereld wordt je vanzelf deel van een meerstemmig koor.”
Eelco Fortuijnbekijk CV
We halen veel voedsel uit landen waar mensen ondervoed zijn en waar de stijgende voedselprijzen tot problemen voor de armsten hebben geleid. Daarom is het volgens Eelco Fortuijn (oprichter Fairfood) belangrijk dat we ons winkelwagentje de volgende vragen stellen: wat verdienen boer en werknemers en het land van herkomst? En wat is zijn de effecten op het milieu van productie en transport? Er is hierin al flink wat veranderd. Er wordt de laatste jaren flink nagedacht en gediscussieerd over duurzame consumptie. “Dit was vier jaar geleden nog niet het geval”, zegt Fortuijn. Dat er ook voor de consument nog veel te doen valt, staat vast. Fortuijn: “Ik snap de overheid wel als ze zeggen: we doen niks als de consument geen interesse heeft in duurzame producten. We moeten harder aan de bak als consumenten!”
Wat kan de consument dan zoal doen? Maak één keer per jaar een verantwoord boodschappenlijstje, op basis van informatie van NGO’s. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de viswijzer, Stichting Natuur & Milieu, Fairfood, Weetwatjeeet.nl en Goede Waar & Co en de diverse keurmerken. Vraag daarnaast ook in je restaurant om die producten: “Is deze vis duurzaam gevangen?” Stel vragen in je supermarkt en bel bijvoorbeeld een keer naar de consumentenservice van je favoriete merk. “Onderschat het effect niet van dergelijke handelingen, het is zeer effectief en geeft medewerkers van bedrijven die ook graag stappen willen zetten een houvast om te werken aan de verduurzaming van hun bedrijf.” Ook met ons eigen consumptiegedrag kunnen we veel goeds doen: “We moeten gewoon minder vlees eten en opletten wat we weggooien. Want hoeveel wij weggooien, dat is niet normaal!”
Ook als aandeelhouder kun je het nodige doen, want hoe zit het met ons spaargeld, pensioen, en beleggingen? “Stel vragen aan je hypotheekverstrekker, waar wordt dat geld in geïnvesteerd?”, enthousiasmeert Fortuijn. “En de catering in mijn bedrijf, hoe duurzaam is die?”
Kortom, er is genoeg te doen voor ons als burgers. Maar het mag volgens Fortuijn nooit een reden zijn voor bedrijven en de overheid om te wachten op de consument.
Forumdebat
Naar aanleiding van de vraag bij wie nu eigenlijk de bal ligt als het gaat om duurzaamheid benadrukt Fortuijn dat veel bedrijven roepen om wetgeving. In zijn beleving is de overheid dan ook aan zet. De consument heeft een belangrijke functie in het creëren van draagvlak voor deze verandering. Er zijn veel particuliere initiatieven op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in Nederland. Zo ongeveer 17.000, weet Ruerd Ruben. Veel van deze initiatieven lopen slecht. Ruben: “Deel je hart met anderen, ga meer samenwerken!” Uit het publiek wordt aangevuld dat, als we het hebben over het zijn van een stem in de samenleving, het ook heel belangrijk is dat we aandacht besteden aan Afrikaanse vluchtelingen in Nederland. Stineke Oenema van ICCO presenteert de eerste 'Right to Food Watch'. Het rapport is de eerste internationale publicatie die het concept voedsel als een mensenrecht beoordeelt en rapporteert over de schendingen en gevolgen daarvan.
Wereldmaaltijd
In de pauze kregen de bezoekers de Wereldmaaltijd voorgeschoteld. Aan de hand van cijfers van de FAO heeft Stichting WereldDelen berekend wat iedere wereldbewoner elke dag zou kunnen eten als de wereldvoedselproductie gelijk verdeeld zou zijn. Deze hoeveelheid voedsel heeft de organisatie De Wereldmaaltijd genoemd. In het smakelijke menu was geen vlees opgenomen. De productie van vlees neemt volgens de stichting namelijk onevenredig veel schaarse hulpbronnen (land, water, energie) in beslag.
Na in het eerste deel van de bijeenkomst voornamelijk veel gehoord te hebben over de problematiek rondom de hoge voedselprijzen, werd na de pauze vooral gesproken over oplossingen. Drie sprekers hielden een vurig betoog houden over een oplossingsrichting.
